- Als de piraten een superieur
schip bezaten, konden ze ieder te veroveren schip
met hun vuurkracht confronteren en kreupel
maken. Het "slachtoffer" werd zo tot een snelle
overgave gedwongen.
- In werkelijkheid bezaten
de piraten zelden betere schepen dan hun slachtoffers.
Vaak moesten ze het hebben van hun kleinere, zeer
wendbare schepen met lichte bewapening.
- De piraten pleegden vaak
verrassingsaanvallen, dus snel aan boord, grijpen
wat je grijpen kunt en weer van boord.
- Regelmatig waren de piraten
in de minderheid maar door hun angstaanjagende optreden,
waren hun slachtoffers verlamd van schrik, zodat
zij vrijwel hun gang konden gaan.
- De buit bestond vaak uit
goud en zilver, sieraden, stof, tabak, alcolhol,
gereedschap, wapens, kaarsen, zeilen, huishoudelijke
artikelen en soms slaven.
- Een deel van de buit (lees:
geld) was nodig om het
schip te onderhouden en voedsel/drank te kopen voor
de bemanning. De rest van de buit ging op aan vrouwen,
feesten en drank.
- Meestal werden artsen** en
timmerlieden gedwongen zich bij de piraten aan te
sluiten.
- Piraten droegen veel wapens
met zich mee. Klik hier
voor meer informatie
erover. Tevens gebruikten ze granaten en stinkpotten.
De eerste was een glazen of stenen potje gevuld
met buskruit die ze lieten ontploffen. De tweede
was een stenen potje wat brandend zwavel bevatte.
De rook hieruit benam de bemanning de adem en deed
hun ogen branden.
** De gevolgen van deze gevechten/de
oorlog konden heel erg zijn; infecties, amputaties en
overlijden. Er waren geen of weinig medische instrumenten
en soms geen medische kennis aan boord. Verbrijzelde
ledematen werden afgebonden en zonder verdoving afgezaagd.
De stomp werd dichtgeschroeid. En dan maar hopen dat
er op zo'n vies schip geen infectie ontstond. De Franse
zeerover Francois le Clerk verloor op deze wijze zijn
been, maar overleefde. Hij had zich een houten been
laten aanmeten en kreeg daardoor zijn bijnaam: Jambe
de bois (houten been).
|