|
|
|
|
|


|
|
Aan boord van
een piratenschip waren diverse zaken aanwezig: voorraden,
gereedschap, navigatiemateriaal, buit, dieren, bemanning
en natuurlijk de scheepsuitrusting, bijvoorbeeld zeilen,
anker, touwladders, kanonnen.
Geuren:
* Geteerd touw, ruimwater, ongewassen bemanning... * Via
een metalen pijp werden warmte, geur en rook
van de oven in de kombuis naar buiten gebracht. *
Dieren werden aan boord gehouden om op te eten, denk
maar aan kippen en geiten. De mest werd overboord
geschept. Tevens werden vooral exotische vogels als
huisdier/souvenier gehouden. De scheepskat zorgde ervoor
dat ratten en muizen niet aan de voorraden kwamen.
|
|
|
|
|
|
Indeling: *
aan dek: gaffel, giek, touwladders, kraaienest, weeflijnen,
zeilen, geschutspoorten, kanonnen, ankerkabel etc. *
inwendig: kapiteinshut, voorraadkast, ruimte voor de
scheepstimmerman, kombuis, verblijven van de bemanning, kruitkamer,
ruim, ballast, reservezeilen. * de buitenkant: anker, roer, kiel
en boegbeeld (zie de tekening).
Sanitair? *
aan dek was er een groot spuigat, aan de voorkant van het schip,
maar bij rustig weer hing men overboord!
|
|
|
|
|
|
Werk / beroepen De kapitein voerde het bevel
over het schip en haar bemanning. De werkzaamheden bestonden
uit zeilen hijsen/strijken, lenspomp bedienen, dek zwabberen,
op de uitkijk staan, zeilen, touwen en (voorraad)tonnen
repareren. Er was een scheepstimmerman voor het repareren
van masten en luiken die of tijdens storm of een gevecht
kapot gegaan waren. Soms moest hij armen of benen amputeren!
Tevens had men een breeuwer. Hij zorgde ervoor dat het
schip waterdicht bleef.
|
|
|
|
|
|
Aan
boord van een vikingschip was dat heel anders.
Op
een schip van 30 m lang, waren wellicht 65 man aanwezig
die allemaal een stukje bank (en de ruimte daaronder)
ter beschikking hadden.
Een
ruim was er niet en er waren geen slaapplaatsen,
ook geen toilet.
|
|